Visie op Onderwijs

Gelijk aan ontwikkelingen in andere branches is ook de onderwijssector aan veranderingen onderhevig. Gelukkig staat de kwaliteit van het onderwijs in Nederland niet ter discussie dan dat we allemaal vinden dat het (nog) beter moet.

Goede huisvesting moet het onderwijs faciliteren in alle hoedanigheden waarbij we wel moeten aantekenen dat we nog altijd liever een goede leraar in een slecht gebouw hebben dan een slechte leraar in een goed gebouw. We kennen onze plaats en luisteren vooral goed naar de professionele eindgebruiker. In de docent zien we overigens juist een goede, bijna objectieve, representant van de leerlingen. En om deze groep draait het allemaal.

De huidige ontwikkelingen rondom de verantwoordelijkheden van de huisvesting baren ons zorgen. Enerzijds zal de professioneel geleidde onderwijsinstelling wellicht beter en efficiënter haar eigen vastgoed kunnen beheren terwijl anderzijds juist bij andere organisaties, dikwijls kleiner, dat juist slechter georganiseerd gaat worden. We hebben als bureau ervaring met de diverse bestuursvormen en hebben als puinruimers/probleemoplossers verschrikkelijke voorbeelden van vastgoedonderhoud en uitbreidingenmeegemaakt.

Daarnaast zijn de gevolgen van lokale krimp, die paradoxaal genoeg veelal tot grote klassen (>37) zal leiden, een moeilijk vraagstuk voor schoolbesturen. Leegstand is achteruitgang in een besteedbaar budget per scholier. Naast het ouderlijke huis is vooral de school/het kindcentrum één van de belangrijkste gebouwen. Dat valt samen met de persoonlijke ontwikkeling van het kind, het vormen van het karakter en de ontdekken van fysieke (on)mogelijkheden.

Karaktereigenschappen van dat belangrijke gebouw zal het kind een leven lang met zich meedragen. Wie herinnert zich niet z’n basisschool, het plein met die losliggende tegel, het imposante lokaal, het gevaarlijke plekje en de weg er naar toe? Dat is een van de redenen waarom wij het ontwerpen voor het onderwijs tot specialisme hebben gemaakt. Wie een goede school kan ontwerpen kan zeker een goede kantoor ontwerpen, andersom is nog maar de vraag. In de afgelopen decennia is het adagium “woningbouw is de bakermat van de architectuur” terecht veranderd in “onderwijsgebouwen zijn de bakermat van de architectuur”.

Een gebouw in de onderwijssector wordt bijzonder intensief gebruikt. Per gebruiker is het gebouwoppervlak beperkt (5 – 9 m2 per persoon) terwijl de gebruiker ook nog eens bijzonder mobiel is. Daarnaast is de jonge gebruiker “nog in opleiding”, moet er nog veel worden (af)geleerd. Dat trekt een grote wissel op de fysieke gesteldheid van een gebouw. Bij uitstek moeten goed onderwijsgebouwen van binnenuit ontworpen worden met continue aandacht voor beheersbaarheid van die fysieke onderdelen.

De snel veranderende pedagogische opvattingen over onderwijs zijn soms moeilijk te volgen met een veel statischer bouwwerk. Primair uitgangspunt van een goed gebouw is de geborgenheid die het moet creëren. Indien een leerling (en ook een docent) zich geborgen voelt staat het open om informatie op te nemen. Geborgenheid heeft te maken met de schaal van de ruimte, het (over) zicht, het geluid en in abstracte bewoording het algehele klimaat. Dat is waar onze passie ligt.