Restauratie St. Jozefkerk Groningen

De uitvoerige restauratie van de toeren van de St. Jozefkerk in Groningen komt gereed in 1990, het jaar van de viering van het 950-jarig bestaan van de stad. Het is aardig om te zien welke bijdrage de toren aan deze viering geeft. Natuurlijk draagt haar herverschijning uit een maandenlang steigerpak bij aan de fraaiheid van de stad en dus aan de feestvreugde, maar er is meer. Het stadsbestuur nam het initiatief om in het kader van de viering van 950 jaar stad Groningen aan een aantal architecten/coryfeeën op te dragen om ‘tekens’ in de stad te ontwerpen. Op meerdere plaatsen in de stad verrijzen deze thans.

De ‘Jozeftoren’ echter vervult al 100 jaar haar – teken – functie. Vele jaren al is de stad herkenbaar aan haar drie hoofdtorens. De stedebouwkundige betekenis van de stadstoren, kerkelijk of burgerlijk, mag niet worden onderschat. Hij biedt houvast aan de burger. Zowel verre, vanuit het landschap, als de stad benaderd wordt – hoe overbekend is het zicht op de Martini, indien men de stad nadert via de radiale toegangswegen -, als van dichtbij, als oriëntatiepunt binnen de stadsgrens. Een emotionele betekenis, die niet altijd bewust wordt onderkend, maar wel onbewust ervaren.

Goede voorbeelden kennen we ook in de Flevopolders. Wie zou ooit bevroeden waar Emmeloord ligt, als daar niet haar zwarte toten opdoemde. En welk een moeite hebben we heden ten dage om ons in het nog zo torenloze Almere ruimtelijk staande te houden. De toren van de St. Jozefkerk heeft dus zeker niet alleen kerkelijke betekenis. Zelfs het klokluiden heeft dat niet uitsluitend. Het slaan van de uren maakt dat duidelijk. Wellicht stijgt de burgerlijke functie van de toren welhaast boven de kerkelijk uit.

In het kader van dit laatste is het zeer terecht dat, naast de inspanningen van het parochiebestuur, ook de burgerlijke autoriteiten zich hebben ingezet om het zo nodige herstel van de toren te doen realiseren. Echter, waar ‘sommigen’ voorvoelden dat de zaak ‘boven’ slecht was, dachten ‘beslissers’ dat het allemaal wel meeviel. De verre reis naar boven om het daadwerkelijk vast te stellen vergde een zenuwgestel van hetzelfde materiaal als de torenspitscontsructie, zodat slechts enkelen de situatie werkelijk gingen opnemen. Van boven meegebrachte afgeroeste bouten, waarmede de ijzerconstructie ooit gemonteerd was geweest, moesten mede als overtuigend bewijs gelden.

Een geheel ander aspect is het bouwhistorische. De St. Jozefkerk behoort tot de fraaiste exponenten van de neogotische bouwkunst in ons land. Veel is in de naoorlogse jaren ten gevolge van het vervallen van functies, maar ook uit onderwaardering voor deze bouwstijl, gesloopt. Ook bij dit bouwwerk is het woord afbraak ooit op tafel geweest. Gelukkig is het er niet van gekomen de laatste decennia is de waardering voor de 19-de-eeuwese bouwkunst sterkt toegenomen. De neogotiek heeft haar eigen plaats in de worsteling naar het Nieuwe Bouwen in de tweede helft van de 19de eeuw.

In de loopbaan van een architect kunnen zich projecten voordoen die zich onderscheiden van een gemiddelde opdracht. Waar dit in het begin van der 80er jaren de Joodse Synagoge in de Folkingestraat was, is dit in 1990 de toren van de St. Jozefkerk. De geschiedenis van de toren is vastgelegd door de historici Sible de Blaauw en Egbert van der Werff. Voor de restauratie-elementen konden zij putten uit de uitgebreide kennis van restauratiebouwkundige Berend Raangs, Team 4 Architecten, die de restauratieplannen vervaardigde en de uitvoering begeleidde.

Team 4 houdt prettige herinneringen over aan de restauratie. Een woord van waardering en respect is op zijn plaats voor de mensen die, op grote hoogte, het werk met hun handen deden. Het parochiebestuur, maar ook de stad kan trots zijn op haar hernieuwde ‘teken’.

Bron: Een teken van de stad - De toren van de St. Jozefkerk in Groningen
(Sible de Blaauw en Egbert van der Werff ISBN 90 9003685 7)