Kantoor LTO Noord

De top van agrarisch Nederland heeft haar eigen landbouwhuis. Op het kruispunt van twee snelwegen langs Drachten heeft de Land- en Tuinbouw Organisatie haar werk- en vergadercentrum opgericht. Het is een chique gebouw met twee kantoorvleugels en een markante witte toren. De toren staat bovendien op de hoek van Drachten, als een hoektoren van een vesting. De leden van de LTO Noord komen er met plezier samen en voor de medewerkers zijn verschillende soorten werkplekken gecreëerd.

Sluiten

De NLTO was oorspronkelijk een product van een fusie van de FLTO (in Friesland en de Noord-Oostpolder) en de NLTO (in Groningen en Drenthe). Team 4 Architecten kreeg de opdracht een gebouw te ontwerpen waarin de communicatie tussen de nieuwe collega’s optimaal tot stand kon komen. De verdiepingen van een kantoor zorgen voor de grootste barriere. Tussen verdiepingen is het slecht communiceren. Daarom is het gebouw in tweeën gesplitst, waardoor korte kantoorvleugels zijn ontstaan. Ook verspringen de vleugels ten opzichte van elkaar een halve hoogte. Door deze split-level is de verbinding tussen verschillende etages gereduceerd tot een halve verdieping. De split zit bovendien in het middendeel waar een vide alle etages visueel met elkaar verbindt. De looplijnen zijn korter, je ontmoet elkaar voortdurend of je ziet elkaar op afstand.

In het middendeel van het gebouw liggen de vergaderzalen en de kantine. De open trappen en de glazen lift lopen daar langs. Op allerlei onverwachte plaatsen kijk je het gebouw door en de verschillende vertrekken in. Een lichtstraat in het dak, precies boven de vide werpt het licht naar beneden waardoor alle gemeenschappelijke vertrekken heldere ruimten zijn geworden waarin het prettig vertoeven is. Alle materialen zijn wit. In het middendeel gebeurt zoveel, zodat er voor slechts één kleur is gekozen: wit. Anders werd het een bonte kakofonie. Bovendien gaat het daar om de mensen zelf. Die zorgen voor de kleur. Langs de vides liggen de pauzeplekken. Op deze zichtlocaties kunnen de medewerkers elkaar opzoeken om te pauzeren, maar desgewenst ook om kort te vergaderen of te werken. Per verdieping kan men naar buiten lopen: kleine balkonnetjes boven de ingang bieden de mogelijkheid even een sigaretje te roken. De communicatie tussen de medewerkers is hierdoor optimaal mogelijk.

De kantoorvleugels hebben vaste kantoorvertrekken, meerpersoons kamers en flexibele werkplekken in cocons. Van veel medewerkers was van te voren bekend dat zij veelvuldig buitenshuis zijn en voor hen is geen eigen werkplek gecreëerd. Zij krijgen bij binnenkomst een werkplek op hun afdeling toegewezen, of ze zoeken een werkplek in een meer openbare gebied. Maar meestal wordt er door deze medewerkers vergaderd en daarom is er in het kantoor een ruime variatie aan vergaderzalen in verschillende afmetingen.
Langs de ene lange gevel liggen de kantoorvertrekken, langs de andere lange gevel de grote, vrij indeelbare meerpersoonskamers en langs de kopgevels de cocons. In de geveluitdrukking zie je de verschillende kantoorthema’s terug.

In de middenzone van de kantoorvleugels bevinden zich de natte ruimten, de archieven en de vlucht-trappenhuizen. Deze laatsten liggen inpandig en zijn dus ook voor intern dagelijks transport te benutten. Op de Begane Grond kun je bij calamiteiten rechtstreeks vanuit de trappenhuizen naar buiten vluchten. Een complicatie was natuurlijk de onderste vloer van de opgetilde vleugel. De voorbijganger op de snelweg kan gewoon onder deze vleugel doorkijken. Het maaiveld is ter plaatste van deze vleugel enigszins verlaagd en helt naar de voorliggende sloot. Deze sloot is tevens de erfgrens. De gemeente vereiste de aanleg van een sloot om daarmee te voorkomen dat de gebouwen langs de snelweg achter hekken komen te staan.

De grote diversiteit aan gebouwvolumes langs de snelweg, die in de ontwerpfase verwacht werd, zorgde voor de ontwerpkeuzes van materialen en kleur. Het gebouw zou zich door de positie op de hoek voldoende onderscheiden en het kon dus een mooie en bescheiden uitstraling krijgen. En ‘s avonds, als alle kantoren donker zijn, zou hij mogen opvallen. De witte hoektoren wordt daarom ‘s avonds met steeds wisselende kleuren aangelicht door toneellampen. De kleurveranderingen worden door een computer geregeld. De snelheid van de veranderingen, maar ook de kleuren zelf variëren voortdurend. Als je voorbij het gebouw rijdt is het dus altijd een verrassing welke kleur het gebouw van de LTO op dat moment heeft. En als het Nederlands elftal die dag speelt, dan zie je natuurlijk maar één kleur”.

Het gebouw is in het jaar 2000 opgeleverd en is voorzien van de tekst “ANNO 2000” De Bond van Nederlandse Architecten heeft in dat jaar haar leden verzocht alle gebouwen die in het jaar 2000 in gebruik worden genomen te voorzien van het jaartal van oprichting. De wijze waarop staat de ontwerpers vrij. Bij het Landbouwhuis is een oude boerentraditie uit Oostenrijk gekozen. Boven de entreedeur schrijft de architect met krijt de datum van oplevering op het kozijn. In Drachten is in het handschrift van de architect de tekst “anno 2000” gegraveerd boven de entreepartij.