Vies (maart 2011)

Waar denk je aan, vroeg ik mijn liefste, toen we bij het transferium zaten te wachten op de bus. O niks. Aan de architect die dit allemaal bedacht heeft. Ja, zei ik, zo heet die architect. Je spelt het alleen anders. Maar dat begreep ze niet.

 Wat een gedoe allemaal, zei ze. Waarom is hier alles schots en scheef? Typisch een product van geknoei met karton en satéstokjes. Daar gaan we weer, dacht ik en greep in: Ho, ho, dit is helemaal geen knoeier, dit is een gewaardeerd collega. Met originele gedachten. Een architect die durft. Nou, ik vind het helemaal niks. Als dat zo’n goede architect is, waarom maakt hij het dan niet wat groter, dat je allemáál je fiets onder dak kunt zetten en dat ze dan niet in het looppad hoeven te staan. Zodat je er nog een beetje tussendoor kunt. Wacht even, probeerde ik, de afmeting kun je de architect niet verwijten. Dat staat gewoon in zijn Programma van Eisen. En hij heeft niet meer budget. En waarom, bleef ze zeuren, maakt hij het dan niet zo, dat de bladeren er uit waaien, in plaats van dat ze in alle hoeken blijven liggen. Waardoor alles vuil wordt. En waarom is alles in beton? Dat is zó kaal! Omdat, zei ik, beton een eerlijk materiaal is en dat je er alles mee kunt maken. Vooral in dit ontwerp, waar de vorm prachtig de functie volgt, met allemaal geplooide daken. Kijk eens, het is net of ze zweven. En dat voor beton! Weet je wel hoe zwaar beton is? O vandaar al die kolommen. En waarom staan sommige scheef? Nou, legde ik uit, hoe meer kolommen je plaatst, hoe dunner ze kunnen zijn; dat geeft het zwevend effect. En de scheve kolommen zorgen ervoor dat de zaak niet opzij valt. De kritiek ging nog een poosje door; het werd er niet gezelliger van. Waarom moet ik altijd collega-architecten verdedigen? Weet u, architectuur is een moeilijk vak, maar architect zijn is soms nóg moeilijker. Hoe heet die architect eigenlijk? Dat zei ik al lieverd, je moet wel opletten….