Verbloempotten (juni 2011)

Ik stort, dus ik besta, leve de ruimte! schreef de hoofdredacteur in de vorige Haren dé Krant . Wat een filosofische wijsheid, na een bezoek aan de stortplaats! Een leuk artikel. (Je moet altijd aardige dingen zeggen over je opdrachtgever; zo slim ben ik natuurlijk ook).

Zijn opmerking was wel in een heel ander verband dan ik doorgaans heb met storten en ruimte. Neem nou de grootste ruimte die in Haren ontstaan is, sinds het instorten van het oude gemeentehuis. Wat een zaligheid. Hoe droevig het ook is dat zo’n mooi pand verdween, het geeft wel een prettige nieuwe ruimte. Maar waar ik vooral blij mee ben is, dat u nu eindelijk het nieuwe gemeentehuis volledig kunt zien. Want hoe vaak krijg ik niet de vraag wat ik er eigenlijk van vind. Met de ondertoon dat men nogal teleurgesteld is! Ik raad u aan om binnenkort weer eens te gaan kijken. Want nu ziet u eindelijk dat het een lekker frisse, eigenwijze creatie is. Het is een groot gebouw, maar het voegt zich prima in de belendingen, omdat de bovenste laag is teruggerooid. De uitbolling van de gevels, richting de hoek, geven het pand allure. De bolling is op subtiele wijze extra aangezet door de ramen naar het midden toe steeds hoger te maken. Kijk maar eens goed. Deze grote ramen geven overigens wel zicht op een behoorlijk chaotisch interieur. Als wij architecten iets lelijks maken zetten we er gewoon een plant voor, schreef ik al eens. Deze Rotterdamse architect heeft dat wel heel letterlijk genomen. Wat zou hij met deze potten willen verbloemen? De chaos van de ambtenaren? Maar of er daarvoor uit deze verbloempotten genoeg groen zal groeien, vraag ik me af. Gelukkig heeft de gemeente goede connecties met de Harense Hoveniers. Misschien kunnen zij allen, in ruil voor reclamebordjes, een bloempot adopteren? Verdorie, heb ik nou toch onaardige dingen gezegd over een opdrachtgever?