Narcissen (mei 2010)

U kent mijn afkeer van kappers nog niet? Ik schrijf het graag van mij af. Mijn kapper luistert niet! Hij praat alleen. Slechts als ik meer per beurt betaal wil hij zijn mond houden. Maar het lukt hem niet.

Een architect moet goed luisteren. De wensen van de klant staan centraal in zijn handelen. Zonder een goede analyse van de wensen van de klant komt er nooit een goed ontwerp op tafel. Dat moet je leren en dat moet je willen. Maar een kapper leert dat niet op de kappersschool. Hoewel ik elke keer aangeef dat er niet teveel af moet, kom ik steevast te kaal weer thuis. Mijn opdracht is inmiddels: alleen kammen, niet knippen! Al kletsend knipt hij er op los en vergeet gewoon wat mijn opdracht was.

Hebt u ook zo’n kapper? Ik hoop het niet. Wat zijn uw ervaringen met architecten? Of bouwt u zonder architect? Dat kan natuurlijk ook, al raad ik het niet aan. Want samen kom je vast tot betere resultaten. Dat was vroeger zo en dat is nog steeds zo. En soms is architectuur slechts als het werken met een schaar: je knipt wat en je hebt wat. Mag ik u een voorbeeld geven? Kijk eens naar de gevel van het pand van Hubo in de Kerkstraat. Hoe subtiel de architect daar, op verzoek van zijn klant, een dakrand aan modelleerde! Daar kan een kapper nog wat van opsteken.

Nee, een architect knipt niet langs bloempotten. Zijn vormentaal gaat iets verder dan de cirkelvormige sculptuur van de kapper. Daar moest ik aan denken toen ik bijgaand tafereeltje voor ogen kreeg tijdens een wandeling. Wat een prachtige uiting van liefde voor een plek! Wie zat hier ooit met wie? Het zal toch mijn kapper niet zijn?