Kakelaar (april 2011)

Jij moet wel een hele slechte makelaar zijn, grapte ik eens tegen Alfred Bakker, die borden van jou staan overal. Nee, dat zag ik verkeerd: ze staan er maar kort. En steeds op andere plekken.

Het is altijd een feest om Alfred tegen te komen. Alfred weet alles, hij is alwetend. Daarom heet hij ook Alfred en geen Fred. Bijna vijftig jaar doet hij de verkoop van dure huizen in Haren en hij kent dus iedereen. Van iedereen weet hij alles en dat is handig als je wat kunt vertellen bij de huizen die je verkoopt. En dus was ik blij verrast toen ik in mijn brievenbus de glossy Alfred vond. Na de Linda, de Youp, de Catherine en de La Paay (vakliteratuur die een glamour architect beroepshalve natuurlijk allemaal (bij de kapper) bijhoudt) een nieuw wonderschoon magazine. Geheel gevuld door het befaamde Harense makelaarskantoor over het exclusieve woningaanbod in Haren en Wijde Omstreken! Maar helaas, de Alfred zal de leesportefeuille niet halen. Er staan helemaal geen roddels in. Het blad beschrijft fraaie villa’s van welgestelde Harenaars, zonder de verhalen er omheen. Sterker nog: de innovatieve makelaar heeft, geheel tegen zijn natuur in, een stille verkoopmethodiek ontwikkeld! Uit chique privacy overwegingen staan in die tuinen helemaal geen borden, schrijft Alfred. Kom gewoon eens bij ons langs dan vertellen wij u welke huizen er nog meer te koop staan. Hoezo, schamen die mensen zich voor zo’n bord in de tuin? Vanwege de exorbitante vraagprijzen? Dat is helemaal niet nodig, want die prijzen verbleken bij optrekjes in het westen, waarvan er ook enkele in het magazine zijn opgenomen. Die moeten een slordige vier miljoen opbrengen. Eigenlijk gaan onze villa’s dus weg voor spotprijzen. Nee, deze makelaar is zeker geen kakelaar, zoals wij op kantoor sommige makelaars noemen. Ik zal hem binnenkort eens vragen om in mijn tuin lekker chique geen bord te plaatsen.