Welstandscommissie (juni 2010)

Komt er laatst een nieuwe klant op mijn spreekuur (ik heb geen spreekuur, maar dat klinkt wel lekker), zegt ze: Heb u ook zo’n hekel aan de welstandscommissie? Tja mevrouw, als dat uw probleem is bent u niet de enige.

Had ik een prachtige tekening gemaakt voor een nieuw raam in mijn kopgevel. Zou je denken: wie is daar nou op tegen? Je ziet het niet eens van de straat. Er staan bomen voor en verderop hebben ze ook zo’n raam en dat mocht ook, toch? Tja, zei ik nog eens. Ik kan u helpen. Kleedt u eerst maar eens uit (dat zei ik niet, maar het klinkt wel lekker).

Als architect hebben we veel te maken met welstandscommissies. Die bewaken de schoonheid van de omgeving. En dat doen ze voor u, al zou u dat niet altijd denken. Een bouwplan wordt eerst getoetst door de rayonarchitect, een medewerker in vaste dienst van Welstand, tijdens zijn zitting in het gemeentehuis. Eens per twee weken zit hij daar, samen met een gemeenteambtenaar, de binnengekomen plannen te schiften. De makkelijke beoordeelt hij zelf, de moeilijke neemt hij mee naar de commissie. Daarin zitten architecten met ervaring en die hebben dan het laatste woord. Of beter: die adviseren het College van BenW en die kan dat advies al dan niet opvolgen.

Tijdens beide zittingen mag u uw plan toelichten. De zittingen zijn openbaar. Maar er komt bijna nooit iemand. Althans te weinig. Architecten willen hun creaties nog wel eens toelichten, maar veel plannen komen van, laten we zeggen, onervaren ontwerpers en die zie je er niet. En dat is jammer. Want, ik kan u verzekeren, als u eens op de tribune gaat zitten, dan denkt u er na afloop wel anders over. Ik zit ook vaak in zo’n commissie en dan snap je pas wat je allemaal moet bijsturen. U moest eens weten wat er allemaal wordt binnen gedragen. Dan weet je zeker dat zo’n commissie nut heeft. Bovendien geeft het allemaal blije gezichten op straat.

Kleedt u maar weer aan mevrouw, u bent genezen. Dat zei ik niet, want het was niet zo. Mevrouw is ongeneeslijk ziek. Zij weet zelf echt wel wat mooi en lelijk is. Die welstandscommissie is en blijft een onding. Zucht, ik heb haar kleren verstopt.