Henk

“Waarom heb je nou met je mooiste broek aan staan schilderen? Je hebt zoveel oude broeken!” Oei, er zwaait wat. En oei, weer een goede broek minder. En weer dichter bij het moment van de waarheid. Want ik moet iets opbiechten. Ik mis hem! Ik mis Henk…

Ik heb een kast vol kleren, maar alles wordt ouder. Dat is vervelend, want het oog wil ook wat. Maar het is niet mijn schuld. Het is de schuld van Henk. Wie had er nou rekening mee gehouden dat zo’n jonge vent met pensioen gaat? Jaren lang, al vanaf m’n studententijd, kocht ik al mijn kleren bij Henk. Hij was de enige kledingverkoper waarbij ik me nog enigszins op m’n gemak voelde. Jawel, ik werd altijd met een smoes door m’n echtgenote de winkel ingetrokken. En elke keer voelde ik me door haar gefopt. Maar ik wist dat het soms moest en dan moet het maar soms.

Ik hoefde bij Henk nooit drie keer te passen. Hij pakte meteen de goede maat. En ook pakte hij meteen precies wat ik mooi vond. En als ik zélf eens wat in de rekken aanwees zei hij: “Nee, dat moet je niet kopen. Dat heeft Jannie, de echtgenote van jouw collega Gerard, net voor hem gekocht”. Kijk, dat is adequaat.

Die enkele keer dat ik wel eens met mijn echtgenote in een andere winkel belandde waren de kleedhokjes te klein en te warm, er waren geen haakjes, of het gordijn wilde niet dicht. Of die verkoper in Amsterdam die tegen me knipoogde toen het niet helemaal lukte en kwijlde: ”Ja, in onze maatjes is niet meer zoveel te vinden, hè schat?” Brr, ik walg van dat soort types! Nee, Ik ben niet geschikt voor de paskamer.

Maar nu zit het er dus weer aan te komen. Ik moet weer kleren kopen. Niks tegen de opvolgers van Henk hoor. Ik ken ze nog niet eens. Die zullen vast net zo goed zijn. Daar heeft ie, hem kennende, vast wel voor gezorgd. Ach, zou het niet kunnen dat Henk nog één keertje, echt één keertje maar, precies op het moment dat ik toevallig door mijn echtgenote de winkel in word getrokken, bij Flashman achter de toonbank staat?