Heen en Niet Weer

Volkomen buiten adem en op mijn laatste krachten draaide ik aan het wiel. Mijn blauw-geruite kiel ten spijt: ik ging bijna dood. Dankzij de briljante gedachte van… van wie eigenlijk. Ik wil niemand beschuldigen, maar wie dít heeft bedacht verdient wérkelijk de poedelprijs.

Onlangs werd bij de Zuidwesthoek van het Paterswoldsemeer de passantenhaven uitgebreid. Eén zomer zagen we al dat deze uitbreiding volstrekt overbodig was: er lag nooit iemand. Maar goed, misschien volgend jaar wel. De nieuwe haven is eigenlijk een doodlopende vaart. Met aan één lange zijde en aan de kop aanlegplaatsen met een voetpad erlangs. De andere lange oever is ondiep en groen gehouden zonder voetpad. En dus bedacht een theoreticus dat er een pont moest komen. Volstrekt belachelijk.

U kent, sinds mijn vorige column, het plezier dat ik heb om naar de overkant te varen. Dus heb ik het wiel gegrepen om de pont naar mijn zijde te draaien. Ik dacht dat de kabel zou knappen! Zo zwaar ging het. Maar ik heb volgehouden en uiteindelijk na drie pauzes kon ik opstappen. Naar de overzijde, op de pont staande, draaide het wat lichter maar lamme armen kreeg ik wel van.

Gelukkig ontmoette ik aan de overzijde de jachthaven-eigenares die het schouwspel lachend had aangekeken. Dat is dan wel weer het voordeel. Je trekt de aandacht. Stiekem en om mezelf te sparen, ben ik de terugweg maar te voet gegaan. In twee minuten was ik aan de overkant. En zonder hartkloppingen. Ik begreep dat onze lieve wethoudster er vorige week bij de officiële ingebruikname eveneens de brui aan had gegeven. Het werd haar halverwege ook te zwaar. Wie bedenkt dit? En nog erger: wie betaalt dit? Gaat heen! En niet weer!