Halen we de kerst?

De middenstand in Haren heeft het moeilijk. Je ziet het al als je het dorp binnenkomt. De Meermin oogt desolaat en versleten. De Meermin, een toepasselijk gekozen naam, want er is meer min in Haren. Lege winkelpanden rijgen zich aaneen. Waar gaat dit heen? En wat kun je eraan doen?

De klanten blijven komen als de winkel er goed uit ziet, als er service wordt geboden en als de winkelier plezier uitstraalt. Zijn er goede voorbeelden? Ik kocht een boek, een TV, een colbert en hondenvoer. Op de schaars gevulde schappen van de boekwinkel stond niet het boek wat ik zocht. We kunnen het voor u bestellen meneer. Ja dat kan ik ook mevrouw, op internet. Dan krijg ik het nog thuisgestuurd ook. Meneer, als wij het voor u bestellen brengen we het morgen bij u thuis!  Kijk dat bedoel ik, daarmee overleef je in barre tijden. Dan de audiowinkel. De TV brengen ze bij je thuis en alle zenders worden keurig op een rijtje gezet. In de herenmodezaak:  Dat jasje moet u maar niet kopen. Dat deed G (compagnon) van de week ook al. Je wilt toch niet in hetzelfde jasje lopen. De winkelier onthoudt gewoon wie wat koopt! Attent! En als je je uit het benauwde pashokje gewurmd hebt krijg je koffie. Heerlijk. En dan de vrolijkheid van de molenaar die de zware zak hondenvoer voor je naar de auto draagt! Klasse. Kan mevrouw Meermin nog wat leren? Hoe lang kun je het volhouden om elke avond een vieze spaanplaat tegen de deur te schroeven omdat het rolluik kennelijk kapot is? En de verzameling visbakken, ladders en bezems rondom! Het oog wil ook wat, geachte mevrouw de vishandelaar! Geen wonder dat u tijd over heeft om in de zon te appen. Kom op! Geloof er weer in! Dan haal je de kerst!