Frank Lloyd Wrong

Beter goed gejat dan slecht bedacht. Architecten zijn goed in jatten. Maar zo noemen wij dat niet. In ons jargon heet dat citeren. Dat klinkt al heel anders. Met deze vorm van jatten is trouwens niks mis. Als je de buit maar op originele wijze gebruikt.

Een van de meest geciteerde architecten is de Amerikaan Frank Lloyd Wright. Maar dat citeren gaat soms behoorlijk wrong. In Kropswolde is Meerwijck helemaal volgebouwd met klonen van deze architect. De villa’s zijn op zich niet verkeerd, maar toch word je langzaam misselijk als je door de wijk rijdt. Veel teveel van het goede! In heel Haren staan twee citaten van FLW. Kunt u ze ook aanwijzen? Eén ervan, aan de Emmalaan, is van mijn hand, daar schrijf ik dus niet over. Het andere citaat, de witte villa aan de Rijksstraatweg richting Glimmen, is lekker groot. Amerikaans groot, alsof het kopieerapparaat de bouwtekeningen per ongeluk naar 130% heeft verschaald. Maar verder is de villa wel helemaal (W)right.

Om te kunnen citeren moet een architect veel reizen. Dan sponst hij zichzelf vol met beelden die er ooit weer eens uitkomen. Zo was ik onlangs in Barcelona. Een stad boordevol inspiratie. U kent natuurlijk het werk van Gaudi. De Sagrada Familia is bijna klaar. Het interieur is fabelachtig. Het exterieur vooral mysterieus. Een tikkeltje geschift moet je er wel voor zijn. Om zoiets te kunnen bedenken. Wat kun je nou leren van zo’n man? Kun je hem citeren, zonder in het gebraggel van de architectuur van het Gasunie gebouw te vervallen? Ik stond dat te overpeinzen op het dak van zijn project Casa Milà, ook wel La Pedrera, de steengroeve, genoemd. Tot mijn oog viel op een project, verderop, om de hoek. Dan krijg ik het warm. Wat een schitterend citaat. Kijk, als je zoiets kunt, dan mag je jatten. Graag zelfs. Dat noem ik een eerbetoon aan de meester. Wat naspeuren: blijkt dit project van de hand van een ándere grootmeester te zijn, de Japanner Toyo Ito. Nou, ziet u? Niks wrong mee. Snapt u waarom architecten mogen citeren?