Fallerhuisje

Haren is verrijkt met een Fallerhuisje. Ik weet niet of u dat wat zegt, maar mij wel. Dat heeft met de leeftijd te maken. Het mooiste cadeau op Sinterklaasavond was in mijn jeugd namelijk het Fallerhuisje. Het plastic modelbouwhuisje dat paste bij je modelspoor. Of, zoals wij zeiden, de elektrische trein. Na het uitpakken wilde je het huisje direct in elkaar zetten. Dat lukte natuurlijk niet, in de vermoeide toestand waarin je als kind op zo’n avond verkeerde. En dus was het, ondanks de vrijgevigheid van de Sint, toch weer huilend naar bed.

Fallerhuisjes werden gemaakt in Zuid Duitsland, in het Zwarte Woud. En dat was te zien. Ze waren allemaal erg Duits, net als de meeste modeltreinen in die tijd. Je waande je als kind in de bergen; de trein reed door tunnels en langs knipperende spoorwegovergangen en kwam op het perron tot stilstand. O, wat een nostalgie. Fallerhuisjes van toen hadden allemaal dezelfde vorm, rechthoekig met een rood zadeldak. De dakbedekking beeldde iets ondefinieerbaars, on-Hollands uit. Althans voor een kind was het onduidelijk: het waren zeker geen dakpannen, maar wat wel….. Nu weten we dat het shingles of leien waren.

U kunt de gelijkenis zien in het nieuwe huis dat gebouwd is aan de Oosterweg, hoek Kerklaan. Zo zag een Fallerhuisje er uit. De vorm is gelijk en ik herken op het dak hetzelfde ondefinieerbare materiaal. Bovendien is dit huis net als een modelhuisje iets opgetild. De onderplaat staat als het ware op de grond. De witte lijst van de onderplaat vouwt in de achtergevel omhoog en gaat over in de dakgoot en luifel. Deze vormt daarna een dakkapel. Prachtig gedaan. Knap en geraffineerd gedetailleerd.  De gevel op de begane grond bestaat geheel uit glas en hout. Geen bakstenen dus. Een mooi huis op een schitterende plek. Helemaal niet Duits. Faller zou dit model in productie moeten nemen. Dan vraag ik hem cadeau aan Sinterklaas.