Dobber

“Kijk, daar woont Dobber”, hoorde ik laatst twee dames tegen elkaar zeggen die langs ons huis fietsten. Ze hadden gelijk, het klopte. Daar woonde Dobber. Tot vorige week. Want Dobber is niet meer. Hij werd bijna 7.

Dobber was de knuffelhond in De Dilgt. Voor bewoners en personeel. En nuttig om patiënten met Alzheimer te prikkelen. Sommigen leefden op als ze Dobber zagen. Hij was bijzonder toenaderbaar en op de mens georiënteerd. Hij deed wat je vroeg en met liefde. Straalde rust uit. En je werd er vrolijk van. Hij hoorde bij De Dilgt. Dobber maakte er lange dagen.

In de vrije uren liepen we samen door Haren. Ik heb in deze columns vaak over Dobber geschreven. Direct en indirect. Want de beste columns ontstaan tijdens het wandelen. Columns schrijf je in je hoofd op momenten dat je de rust vindt om je mening te scherpen en te formuleren wat je wil zeggen. En wandelen doe je vooral omdat je een hond hebt. Hondelen dus, een woord dat ik tijdens het wandelen met Dobber bedacht.

Maar hij bracht je ook naar onderwerpen. Zoals op de begraafplaats naast Albert Heijn. Wandelend tussen de vervallen graven waterde hij met weinig respect over het puin van de zerken. Zeiken tegen de zerken schreef ik. Het leverde veel commentaar op. Of toen Dobber het woord SPERMA ontdekte dat met slagroom gespoten was op het wandelpad. En die keer dat hij hurkte voor de AC Tion en ik de interieur-verhullende raamfolie zag en er daarom naar binnen durfde om hondenvoer te kopen.

Dobber was inspirerend, gezellig en onvermoeibaar. Hij wilde altijd mee om plaatjes te schieten van mooie gebouwen. Hij had ook de bijzondere gave om ongevraagd in beeld te gaan zitten. Geen probleem hoor, kijken naar een lieve hond is vaak minstens zo prettig als kijken naar een mooi gebouw.

Dobber heeft slechts twee dagen laten merken dat hij ernstig ziek was. Nu is hij ingeslapen en dat doet pijn. Het wordt stil voor ons huis.