Dialoogtafel

Ik keek eens rond in mijn omgeving. Welke tafels staan hier eigenlijk zoal? Salontafels, eettafels, keukentafels, bijzettafels….. Dat is het wel ongeveer. Daar komt binnenkort één bij. Uit Den Haag komt, speciaal voor noord en oost Groningen: de dialoogtafel! Maar als deze tafels straks overal staan opgesteld en de hoge heren uit Den Haag naar het noorden komen om met ons in dialoog te gaan, dan is het de vraag of ze ons begrijpen.

Want praten is één, maar begrijpen, ho maar. Ik moest ooit een ontwerp voor een nieuw dorpshuis in Zuidoost Drenthe presenteren. Aan de tafel kwam geen commentaar. Tenminste, ze keken allemaal instemmend en zeiden overal mjaoh op. Maar een vriend van me, die er bij zat, vertelde na afloop dat Drenten zo vriendelijk zijn dat ze eerst, uit beleefdheid, ja-knikken en ja-zeggen. Maar ze vonden het niks. M’neer mos maar wer noar taikentaofel. Of die keer toen ik een prachtig ontwerp voor een uitkijktoren presenteerde aan de dorpsraad van Ameland, een stapeling glimmende schotsen, die ‘s avonds in gekleurd licht een spectaculaire attractie zouden bieden, gebeurde hetzelfde. In het Fries. Weer terug op de wal hoorde ik pas, dat ze toch liever gewoon een gemetselde toren hadden. Jou mutte opnij nei de tekentafel, myn jong!

Nee, die dialoogtafel in Groningen is niet zomaar een succes. De vraag is of de heren ons wel verstaan. Hoe ziet een dialoogtafel er uit? Het is een grote tafel. Het blad is rond. Een ronde tafel kent geen hiërarchie; dat komt de dialoog ten goede. Het is een stevige tafel, je moet er met de vuist op kunnen slaan. Een dikke, sterke poot eronder. Hij kan niet kiepen en je kunt elkaar niet schoppen. En bij een aardbeving, als je huis instort, blijft deze tafel overeind. Hij blijft staan als een huis. Als je eronder duikt overleef je. Nou snap je waar een dialoogtafel wérkelijk voor dient.