De Kist

Ik zoek de rust van een kist, van een lange houten kist….

Mijn leeftijdgenoten zullen deze tekst van Jaap Fisher moeiteloos kunnen aanvullen:
In een hoekje van het kerkhof, waar geen tuinman komt,
Waar m’n botten stil verrotten en de tijd verstomt.
Zonder oorlog, zonder vrede,
Zonder moraal, zonder moreel,
Met m’n afgevallen leden
En m’n tanden in m’n keel.

Dit is natuurlijk een tamelijk luguber vooruitzicht. Maar toch kan ik zeggen dat iets uit deze tekst mij aanspreekt. En dat is de aantrekkelijkheid van zo’n comfortabele houten kist die de ultieme rust belooft. Ik zie dan een simpele houten doos. Glad en gaaf, zonder gefrunnik en gepiel. Zonder zinloze details. Op een plek gebracht, ergens in de natuur, waar helemaal niets meer hoeft. De tekst spreekt mij als architect aan, want architecten houden namelijk van dozen. Van ornament-loze dozen. Ornamenten zijn vaak overbodig en leiden alleen maar af. Sommige functionalistische collega’s, zoals de beroemde Adolf Loos, gaan daar ver in: ze beschouwen overbodige ornamenten als een misdaad. De vorm dient de functie te volgen!

Het moet een feest zijn voor zo’n architect dat hij een opdrachtgever treft die er net zo over denkt. Want niet iedereen vindt dat mooi. Een klant die een huis wil met een zuivere doosvorm. Met alleen wat ramen en een deur en een plat dak. Ik heb weer een voorbeeld van een gave doos gevonden. Aan een zandpad vlak bij het Noordlaarderbos. Sorry voor de macabere inleiding, maar hier staat wel iets dat beantwoordt aan de gedachte van het verkrijgen van rust. Niet om in te sterven, maar juist om lang in te blijven leven. In dit huis is niets dat je afleidt van de natuur. In dit huis maak je je hoofd leeg. Als je in of rond dit huis bent verlang je nergens meer naar. Dan héb je het: de rust van een houten kist.